Op 30 november 2009 vond er in Brussel een internationaal seminarie plaats met de titel ' National Qualifications Frameworks in an international perspective'. Dit seminarie werd gehouden ter ere van de lancering van de Vlaamse kwalificatiestructuur. Deze structuur is tot stand gekomen na 4 jaren van intens overleg met alle betrokken actoren in het veld en verschillende overheidsinstanties. Dat gaat van onderwijs-, opleidings- en vormingspartners tot studenten HO en de scholierenkoepel tot adviesorganen als VLOR, VLIR, VHLORA, SERV en SARC en de departementen werk en sociale economie, cultuur, jeugd en sport onder coördinatie van het departement onderwijs en vorming. Op deze manier is men gekomen tot een systeem waarbij alle kwalificaties (diploma’s, certificaten, ervaringsbewijzen, enz.) in één en dezelfde heldere structuur geordend worden, waar iemand ze ook verwerft. Die kwalificaties zullen bouwstenen worden in de loopbanen van levenslang leren. Vlaanderen is niet het enige land waar een dergelijke beweging heeft plaatsgevonden. Zo kregen we tijdens het seminarie een aantal cases toegelicht van verschillende landen over heel de wereld. Sommige landen als Australie en Zuid-Afrika beschikken reeds geruime tijd over een nationaal kwalificatieraamwerk. Naast nationale raamwerken werd er ook globaal gezien in het verleden reeds gewerkt aan verschillende regionale raamwerken, het European Qualification Framework (EQF) is daar slechts één voorbeeld van. Binnen Europa zelf wordt er momenteel op verschillende snelheden aan verschillende nationale raamwerken gewerkt. Zo kregen we een voorbeeld te zien van Ierland en Spanje, om tenslotte te eindigen bij een enthousiaste presentatie van het Vlaamse raamwerk. Wat beoogt deze structuur nu?
De kwalificatiestructuur verhoogt de transparantie van kwalificaties en de daarop gebaseerde opleidingen en maakt de communicatie tussen leerlingen, opleiders, werknemers en werkgevers eenvoudiger. Leerlingen en werknemers krijgen zo de kans om hun competenties zichtbaarder te maken en haalbare leertrajecten uit te tekenen. Opleiders kunnen helderder formuleren welke competenties nodig zijn om met een bepaalde opleiding te starten. Nieuwe opleidingen zullen ontstaan op basis van de competenties die voor beroepen worden uitgetekend. Ook nieuwe opleiders kunnen hun kwalificaties laten inschalen. Werkgevers zullen er beter in slagen de vereisten voor een vacature te definiëren en kandidaten naar waarde te schatten. Kortom, door zowel opleidingen als beroepen te verbinden met kwalificatieniveaus zal er een gemeenschappelijke taal ontstaan die onderwijs en werk dichter bij elkaar brengt.
Nu dat de kwalificatiestructuur er ligt wordt een nieuw agentschap in het leven geroepen dat zal garant staan voor de kwaliteit van dit instrument, nl. het Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming.
De Vlaamse kwalificatiestructuur is ingebed in een ruimer Europees raamwerk voor levenslang leren (European Qualifications Framework). Dit raamwerk reikt een gemeenschappelijke terminologie aan om kwalificaties te beschrijven en aan elke kwalificatie een niveau toe te kennen. Hierdoor wordt het mogelijk om kwalificaties uit verschillende onderwijs- en opleidingssystemen in de Europese Unie met elkaar te vergelijken. Het EQF omvat 8 niveaus waaraan het Vlaamse raamwerk gekoppeld wordt. Vanaf 2012 zullen alle certificaten en diploma’s een verwijzing bevatten naar het overeenstemmende EQF-niveau.
In het raamwerk worden de kwalificaties op een eenduidige manier beschreven aan de hand van de vereiste competenties. Vervolgens verbindt men de kwalificaties met één van de acht kwalificatieniveaus. Zo wordt hun onderlinge verhouding en samenhang duidelijk. De kwalificatiestructuur verheldert dus welke competenties vereist zijn om te starten in een bepaald beroep of om door te stromen naar een bepaalde opleiding. Omdat zowel het onderwijs- en opleidingsveld (bv. VDAB, Syntra, secundaire scholen, CVO’s, …) als het werkveld (bv. werkgevers, vakbonden, vrijwilligersorganisaties, …) dit instrument zal gebruiken, bevordert dit de communicatie tussen de twee domeinen.
Opleidingen kunnen leiden tot één of meerdere beroeps- of onderwijskwalificaties. Zo zal iemand een bewijs dat gekoppeld is aan een beroepskwalificatie op de arbeidsmarkt kunnen inzetten. Een bewijs dat verbonden is met een onderwijskwalificatie geeft naast mogelijkheden op de arbeidsmarkt ook zicht op verder studeren.
Daarnaast speelt de kwalificatiestructuur een belangrijke rol in het verhaal van het erkennen van Eerder Verworven Competenties (EVC). Tot nu toe waren deze procedures vrij versnipperd. De kwalificatiestructuur kan de EVC-procedures helder en coherent maken. Om het even bij welke organisatie iemand EVC’s aanvraagt, de competenties zullen op dezelfde basis beoordeeld worden. Bovendien garandeert de kwalificatiestructuur dat de opgenomen kwalificaties aan een aantal kwaliteitseisen voldoen. Zo kan het vertrouwen groeien in de EVC-procedures.
Hoger Beroepsonderwijs (HBO) dicht kloof tussen secundair en hoger onderwijs.
De niveaus 4 en 5 van de kwalificatiestructuur worden in Vlaanderen ingevuld met het Hoger Beroepsonderwijs. Deze nieuwe trede op de onderwijsladder tussen het secundair en het hoger onderwijs komt er in de eerste plaats voor leerlingen die na het secundair onderwijs via korte opleidingen een beroepskwalificatie willen verwerven. Het HBO omvat bestaande opleidingen die duidelijk gericht zijn op de arbeidsmarkt zoals opleidingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie (HOSP), het zevende jaar TSO en de vierde graad beroepssecundair onderwijs. Tot nu toe hadden deze opleidingen een onduidelijke plaats in het onderwijslandschap. Daarnaast zullen ook nieuwe opleidingen onderdak vinden in het HBO. Deze opleidingen zullen in nauwe samenwerking met het werkveld tot stand komen, veel stage of werkplekleren omvatten en duidelijk inspelen op noden van de arbeidsmarkt. De opleidingen van het hoger beroepsonderwijs hebben niet alleen onmiddellijke inzetbaarheid op de arbeidsmarkt voor ogen. Het HBO wil ook een opstap zijn naar een professionele bachelor. De talenten van sommige jongeren gaan nu verloren omwille van een misgelopen schoolloopbaan in het secundair of door een verkeerde studiekeuze. Een tussenniveau, zoals het hoger beroepsonderwijs, kan hen helpen om toch de onderwijsladder verder op te klimmen.
Kortom de kwalificatiestructuur zal bijdragen tot het ontwikkelen en inzetten van competenties van mensen. Een belangrijke voorwaarde is dat de belanghebbende actoren de kwalificatiestructuur effectief gebruiken als referentiekader voor hun werkzaamheden.
Kort samengevat zijn er vier toepassingsmogelijkheden:
1 opleidingen tot stand brengen
2 EVC-procedures uitwerken en afstemmen
3 (Leer)loopbanen begeleiden
4 kwalificatiebewijzen vergelijken
Dit laatste zal ook de leer- en jobmobiliteit binnen en buiten Vlaanderen bevorderen, omwille van de koppeling van het Vlaamse kwalificatieraamwerk aan het Europese raamwerk (EQF).
Het is nu aan de verschillende actoren in het veld om dit raamwerk vlees en bloed te geven!
Meer informatie over de presentaties kan je terugvinden op www.evcvlaanderen.be/nieuws/verslagen!
woensdag 2 december 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten