woensdag 30 september 2009

Studievoormiddag Teaching And Learning International Survey (TALIS)

Op woensdag 30 september 2009 werden de TALIS-onderzoeksresultaten uitgebreid voorgesteld op een studievoormiddag in het Departement Onderwijs & Vorming in Brussel.

Dit Teaching And Learning International Survey (TALIS) is een internationaal vergelijkend onderzoek van de OESO, waar wereldwijd 23 landen aan deelnamen. In de eerste helft van 2008 zijn ruim 3.500 leerkrachten uit de eerste graad van het gewoon secundair onderwijs bevraagd over hun taak als leerkracht en de schoolomgeving waarin ze deze taak vervullen. Ook hun directies, van in totaal meer dan 200 Vlaamse scholen, zijn hierover bevraagd. Hierbij kwamen thema’s aan bod zoals: professionele ontwikkeling; attitudes tegenover lesgeven; lespraktijk; schoolleiderschap en evaluatie van scholen en leerkrachten.

Voor meer informatie over het opzet van dit onderzoeksprogramma en de resultaten kan je terecht op: http://www.ond.vlaanderen.be/OBPWO/TALIS/default.htm

dinsdag 29 september 2009

Fan of multilingual education

Na het volgen van de Europese dag van de talen op 25 septemer 2009 komen heel wat vragen bovendrijven:

- wat zijn de kosten van het invoeren van een methodiek als CLIL (content and language integrated learning) in ons secundair onderwijs?
- wat zijn de effecten van het op spelenderwijs jonge kinderen een andere taal bijbrengen?

Ik geloof heel erg in multilinguale educatie, vooral met de toenemende globalisatie, desalniettemin wil ik toch even stilstaan bij deze vragen.

Allereerst een woordje uitleg over CLIL: CLIL is een onderwijsmethode waarbij de instructietaal voor zaakvakken een andere taal is dan de moedertaal van de leerlingen, bijv. het onderwijzen van aardrijkskunde in het Engels aan Vlaamse leerlingen. CLIL is niet nieuw. Zo vernam ik van een Nederlandse collega die het CLIL-expertisecentrum runt in Utrecht dat 112 van de Nederlandse VWO-scholen (onze ASO) CLIL-scholen zijn (in Nederland zijn er een 600-tal secundaire scholen, dus een vijfde is een CLIL-school, waarbij het Engels een waardige plaats krijgt naast het Nederlands). CLIL verschilt van immersie in die zin dat in immersie scholen het hele takenpakket in een andere taal wordt gegeven. In Toronto, Canada heeft men zo bijvoorbeeld een heleboel 'French Immersion schools' (de hele school spreekt Frans) of 'French Immersion classes' waarbij dan enkel in deze klassen Frans de voertaal was. Bij CLIL gaat het over slechts 3 tot 4 lestijden per week in een andere taal. In Vlaanderen werd via de proeftuinen in 9 scholen de CLIL-methodiek geintroduceerd. Dit project is gestart in 2007 en loopt af eind 2010. Prof. Lies Sercu en Lies Strobbe van de K.U.Leuven leiden dit project. Bezorgdheden die in dit project ook naar voren kwamen zijn de volgende:
- het is al zo slecht gesteld met het Nederlands van onze leerlingen, zal CLIL-onderwijs dit niet nog meer in de hand werken? En een vraag die hier mee samenhangt: wat met de kwaliteit van het Nederlands van vooral allochtone leerlingen?
- kunnen we het leerplan van dat zaakvak dan nog afwerken?
- hebben we voldoende bekwame leerkrachten hiervoor? Leerkrachten die niet alleen vakdidactisch onderlegd zijn maar ook taaldidactisch.
- worden scholen hierin ondersteund?
- is CLIL niet vooral aangewezen voor de sterkere leerlingen, leidt dit tot de creatie van een nieuwe elite?

Het is nog even afwachten op de eindresultaten van het proeftuinenproject maar Lies Sercu kon toch al een aantal preliminaire onderzoeksresultaten toelichten:
- in het begin verloopt de introductie van het vak in een andere taal wat moeizamer, toch slaagt men erin het volledige leerplan af te werken, de vertraging is miniem en slechts bij het begin te merken
- de beheersling van het Nederlands lijdt niet onder CLIL, integendeel een aantal onderzoeken tonen een stijging aan in de beheersing van de vreemde taal en de moedertaal. Leerlingen worden taalvaardiger in het algemeen. Multilinguale educatie sluit een goede beheersing van de moedertaal niet uit, maar gaan hand in hand.
- zowel TSO-scholen als ASO-scholen namen deel aan het proeftuinenproject. Bij beide is een positief effect te merken.
- de leraren die een professionele Bachelor-opleiding achter de rug hebben zijn beter opgeleid dan de leraren met een Master-opleiding om CLIL onder de knie te krijgen. Professionele bachelors hebben immers zowel taaldidactische als vakdidactische kennis en vaardigheden, terwijl masters vooral opgeleid zijn op vakdidactisch vlak.

Dit laatste heeft natuurlijk repercussies voor onze lerarenopleidingen. Niet alleen taalbeleid maar talenbeleid in deze opleidingen is gewenst. Als we een goed antwoord willen bieden op de toenemende globalisatie dienen onze leraren hiervoor ook opgeleid te worden.

Ik blijf echter twijfelen aan de validiteit van de resultaten van dit proeftuinenproject in Vlaanderen: het is me niet helemaal duidelijk hoe deze scholen werden gekozen, als zij hier vrije keuze in hadden en niet ad random gekozen werden dan zijn de onderzoeksresultaten invalied. Binnen de proeftuinen kregen alle leerlingen bovendien de vrije keuze tussen CLIL-traject of Nederlandstalig traject. Opnieuw: zijn het alleen de 'sterkeren' die hiervoor kiezen uit de 'betere' scholen? Als dit zo is dan kunnen we de resultaten in de vuilbak smijten.

Tot slot nog een woordje over vroege vreemde taal verwerving. In een keynote met daaropvolgend een interessante workshop lichtte Sabine Pirchio (universiteit Rome, Traute Taeschner) een methode toe voor vroege vreemde taalverwerving in Italie. We kregen het boeiende verhaal te horen van de Dinocrocs Hocus en Lotus en zagen met videobeelden hoe jonge kinderen op een speelse wijze in de kleuterklas en de lagere school via een en dezelfde methode het Engels verwierven. Elke dag of verschillende malen per week beeldden de kinderen samen met de leraar in de klas een verhaal uit van de dinocrocs Hocus en Lotus (duur: 20 minuten), dit verhaal gebeurt in het Engels, want Hocus en Lotus praten geen Italiaans. Via liedjes en bewegingen en een magisch t-shirt die allen de verhalen ondersteunen leven de kinderen zich in in het leven van de twee dinocrocs en beseffen hierbij nauwelijks dat ze een andere taal leren. De verhaaltjes zijn opgebouwd met veel repetitie en om de link naar thuis ook te maken zijn er ook animatiefilmpjes die thuis bekeken kunnen worden. Heel geleidelijk worden de verhaaltjes complexer. Meer info over deze methode en de materialen kan je terugvinden op www.hocus-lotus.edu. Dit deed me denken aan de gelijkaardige methodiek die in Quebec, Canada hieromtrent gebruikt wordt. Neem hiervoor eens een kijkje op volgende website: www.aimlanguagelearning.com.
Veel onderzoek werd gedaan naar de effectiviteit van beide methodes en de resultaten zijn zeer positief.
Waarom wachten we in Vlaanderen tot het vijfde leerjaar met de introductie van een andere taal? Weerom ik geloof dat het verwerven van een andere taal hand in hand kan gaan met sterk moedertaalonderwijs. Het ene sluit het andere niet uit. Waar wachten we nog op?

Meer info over de hele dag, kan je terugvinden op www.edt-vl.be. Alle keynotes en discussies zullen hier op gepost worden.

dinsdag 15 september 2009

Studiedag: Integratie van onderzoek in onderwijs Een reus op lemen voeten?

Op de studiedag van 15/09/2009 werden kort de resultaten van het IOO-project (Integratie van onderzoek in onderwijs: Ambities en realisaties binnen de Associatie K.U.Leuven) voorgesteld. In dit project werden met OOF-middelen 2 instrumenten ontwikkeld voor het in kaart brengen van onderzoeksintegratie op het curriculumniveau: IOO-profiel-doelen en IOO-profiel-vorm. Tevens werden aan de hand van deze instrumenten data verzameld over onderzoeksintegratie aan de Associatie K.U.Leuven. Daarna kwamen verschillende sprekers aan bod die vertelden hoe ze onderzoeksintegratie vorm gaven en/of hoe ze met de resultaten van het project aan de slag zijn gegaan.

Workshops

1. Opleidingen en het IOO-profiel-doelen
In deze workshops vertellen twee opleidingen hoe op de resultaten van het IOO-profiel doelen werd gereageerd en welke overwegingen men eventueel heeft gemaakt om met de resultaten om te springen. Mogelijke uitgangsvragen hierbij zijn of de resultaten van de analyse bevestigen wat de opleiding al wist, en of er nieuwe vragen zijn ontstaan als gevolg van de resultaten. Sprekers zijn Stijn Dhert, over de bachelor onderwijs: Secundair Onderwijs van Groep T en Geraldine Clarebout over de bachelor onderwijskunde van de K.U.Leuven, Campus Kortrijk.

2. Werken met het IOO-profiel-vorm op opleidingsniveau
In deze workshops vertelt een opleidingsverantwoordelijk en een beleidsverantwoordelijke hoe zij trachten onderzoeksintegratie vorm te geven in hun opleiding of instelling en hoe ze eventueel het instrument van het IOO-profiel-vorm hiervoor (willen) gebruiken. Sprekers zijn Johan Baeten van de bachelor en master industrieel ingenieur Elektro-mechanica en Dirk Smits, Diensthoofd onderzoekscentrum PRAGODI van de HUB.

3. Werken met de IOO-profiel-vorm op het niveau van een opleidingsonderdeel
In deze workshops vertellen twee docenten hoe ze onderzoek in hun onderwijs integreren.
Sprekers zijn Walter Troost, van de K.U.Leuven en Koenraad Hinnekint, van het Lemmens instituut.

4. IOO en de ontwikkeling van kritisch denken

In deze workshop worden twee instrumenten voor het meten van kritisch denken voorgelegd. Daarna volgt een discussie over de mogelijkheden van deze testen om de effecten van onderzoekintegratie op het leren van studenten na te gaan. Spreker is Sigrid François, van het Centrum voor Instructiepsychologie en Technologie.

Meer info: http://associatie.kuleuven.be/nieuws/studiedag_integratie_onderzoek_onderwijs/programma.html

Bedenkingen

- Blijkbaar gaat er heel wat schuil onder het koepelbegrip 'onderzoek' en wat dat moet betekenen voor bijvoorbeeld een lerarenopleiding. Op welk niveau moet onderzoek worden geïntegreerd in een lerarenopleiding, moet dit worden aangeboden door docenten die zelf wetenschappelijk onderzoek verrichten, wat verwachten we van onze studentenaan het einde van hun opleiding,...?