14th International Conference on Technology Supported Learning and Training
3 - 5 december 2008
Enkele reflecties:
- Met 2064 deelnemers uit 91 verschillende landen is dit congres de barometer voor alles wat te maken heeft met e-leren. Er vonden 18 pre-conferences en 94 parallelle sessies op twee dagen plaats. Er leverden 431 presentatoren uit 44 verschillende landen een bijdrage aan deze conferentie. Ook waren er 116 exposanten uit 25 landen op de beurs aanwezig.
- Dr. Michael Wesch (Kansas State University, USA): Hij geeft aan dat het ontwerpen van eigen materiaal (user generated content) vandaag de dag aan belang wint. Ook user generated filtering, organization, distinction, rating, enz. zijn opkomende fenomenen die bijdragen tot een ‘user generated landscape’. Hij deed zelf de test op You Tube; “Web 2.0: The machine is using us” (http://www.youtube.com/watch?v=6gmP4nk0EOE). Dr. Wesch spreekt van een tegelijk sociale en culturele revolutie. ‘Media are not just tools. Media mediate relations.’
Dr. Wesch gaat verder met een quote van McLuhan: ‘We shape our tools and thereafter our tools shape us.’ De hedendaagse student (een multitasker) beschikt over een ruime leefomgeving met diverse media. Het onderwijs zet daarentegen nog vaak traditionele media in. Vaak sluiten deze media niet meer aan bij de digitale leefwereld van de studenten. Zij houden nog wel van leren, maar niet zozeer van het onderwijs. Dat onderwijs is voor hen vaak zonder betekenis. Dit uit zich in de bekende vragen rond hoelang een bepaald werkstuk moet zijn en hoeveel punten ze met een taak kunnen verdienen. Daarom spreekt Wesch van de ‘crisis of significance’. Het is volgens hem van belang om betekenisvoller en dus significanter te leren. Hij spreekt over het echte leren van zodra er betekenisvolle verbanden worden gecreëerd tussen informatie die studenten bij elkaar brengen. ‘Teaching has not changed, but learning has.’
- Prof. Norbert Bolz (Berlin University of Technology, Duitsland) sprak over 5 concepten rond de ontwikkeling van het internet:
- Serious play: wie kan er vandaag de dag nog een verschil maken tussen vrije tijd en werktijd? Mensen worden sterk in hun werkzaamheden geabsorbeerd. Dit brengt met zich mee dat het werk ‘fun’ en sociaal gericht moet zijn. ‘There is no longer a difference between the toys and the tools.’
- Self Design: zend jezelf uit op You Tube of Myspace.com! Je eigen persoonlijkheid speelt hierbij een belangrijke rol. ‘Be a brand’.
- Identity Management: jouw reputatie wordt bepaald door jouw aanbevelingen en/of door de aanbevelingen van een ander individu. Die aanbevelingen en de (h)erkenning van de anderen: daar is het om te doen. Kijk maar naar wat er gebeurde met het filmpje van Dr. Wesch.
- Attention Management: het is een feit dat iedereen met iedereen kan communiceren. Het komt er dus op aan om op het internet op te vallen: zien en gezien worden.
- Linking value: kinderen en jongeren die op het internet leven, hebben misschien wel meer dan 600 vrienden (zie o.a. Facebook). Deze nieuwe sociale netwerken zijn gebaseerd op weke bindingen. Dit zijn andere banden dan traditionele vriendschappen. Deze laatste zijn sterker. Maar op dit moment zijn die weke bindingen heel erg belangrijk. Deze relaties wisselen namelijk heel veel informatie uit. Veel meer dan bijvoorbeeld geliefden doen.
Prof. Bolz haalt aan: ‘Information is the enemy of intelligence’. Waarbij informatie wat anders is dan kennis. Ook hij (cfr. Dr.Wesch) zegt dat we moeten nadenken over technieken om betekenis te bekomen. Bovendien bevestigt hij: ‘Authority is no longer the key factor. Society has to rely on trust.’
- Roger Fransen (Fronter, Noorwegen) had het in zijn uiteenzetting over een ‘Personal Learning Environment’. Hij stelt zich de vraag of er werk kan gemaakt worden van een ‘tool’ met een link naar alle elektronische leerplatformen, sociale netwerken, … van één individu. Deze tool bundelt het formele en informele leren. Fransen spreekt over een soort van eigen digitale boekentas.
- Ton Zijlstra (Interdependent Thoughts, Nederland): hij gelooft niet in de term ‘Generation Y’ (de internetgeneratie). Hij vervormt deze term graag naar ‘Generation You’. Daarmee wil hij zeggen dat het iedereen aanbelangt. Technologische ontwikkelingen hebben immers invloed op het leven, werken en leren van iedereen. Dit brengt met zich mee dat mensen in de 21ste eeuw moeten beschikken over mentale mobiliteit. Deze mensen leren om te gaan met veranderingen en deze veranderingen betekenen dat je veel connecties hebt, om kunt gaan met twijfels en niet bang bent om al eens een experiment op te zetten. Vandaag de dag is het sociale leren echt wel van groot belang op het internet: je deelt kennis met anderen en je verwerft een digitale identiteit. Hij geeft als tip ook nog mee dat het niet de bedoeling is om alles na te lezen wat op al de sociale netwerken tevoorschijn komt. Je leest enkel wat anderen als belangrijk aangeven. In tegenstelling tot Prof. Bolz die spreekt van een ‘information overload’ (overbelasting), nuanceert Zijlstra tot een ‘information abundance’ (overvloed).
- Clive Shepherd (Fastrak Consulting, UK) stelt de vraag of ‘Generation Y’ op een andere manier leert en zich ontwikkelt dan bijvoorbeeld 30 jaar geleden. Hij gaat er echter van uit dat ook zij vragen stellen, onderzoeken, reflecteren, … . Maar er oefenen vandaag de dag wel een aantal specifieke aspecten druk uit op hun leerproces. Omwille van o.a. tijdsdruk gaan organisaties op zoek naar andere manieren van leren. Shepherd spreekt over een piramide van leerinterventies: onderaan de piramide staan de inhouden die door de mensen zelf gecreëerd zijn (user generated responses), bovenop deze basis staan de korte instructies (rapid responses). De top wordt ingevuld door trainingen en cursussen (formal responses). Er treedt hierbij een echte gedaanteverandering van leren en ontwikkelen op. Het is essentieel om middelen efficiënt in te zetten. Shepherd geeft aan dat sociale software, virtuele werelden en niveau twee van de piramide (rapid development tools) dat welzeker doen. Hij pleit voor minder cursussen en meer user-generated materiaal. Hij stipt de evolutie van ‘constructivism’ naar ‘connectivism’ (George Siemens) aan waarmee hij andere sprekers als Dr. Wesch, Prof. Bolz en Ton Zijlstra bijtreedt. Hij maakt gebruik van een quote van George Siemens: ‘Instead of the individual having to evaluate and process every bit of information, she/he creates a personal network of trusted nodes: people and content, enhanced by technology. The act of knowledge is offloaded onto the network itself.’ Hij vervolgt met Prof . Dylan Wiliam: ‘Teachers do not create learning. Learners create learning. Teachers create the conditions under which learning can take place. Our schools don't function like that, which is why somebody once joked that schools are places where kids go to watch teachers work.’ en besluit met Jack Welch: ‘When the rate of change outside exceeds the rate of change inside, the end is in sight.’ Shepherd roept op tot dringende verandering omdat onderwijs te lang gedaan heeft aan wat hij omschrijft als ‘rearranging the deckchairs on the Titanic: don’t do what doesn’t matter.’
- Dr Richard Baraniuk (Connexions, Rice University) gaat ervan uit dat OER (open educational resources) compatibel (kunnen) zijn voor commerciële uitgevers. Het Creative Commons License blijft het bijvoorbeeld mogelijk maken dat commerciële instellingen OER meerwaarde geven. Dat kan o.a. met een business model met ‘print-on-demand’ en te betalen supplementen.
- Francesc Pedró (OECD Centre for Educational Reasearch and Innovation) voegt daaraan toe dat hoger onderwijs geen eventueel verlies aan geregistreerde studenten hoeft te vrezen door OER. Het profiel van de student, de waarde van het diploma, de meerwaarde van geïnstitutionaliseerde begeleiding, de universiteitsgemeenschap, … haalt hij als argumenten aan. Pedró stipt het risico aan dat universiteiten lopen als ze geen rekening zouden met OER in hun beleid. ‘… in order to close the gap between formal and informal learning.’
- Rachel Bruce (Joint Information Systems Committee) wijst nogmaals op de grote hindernis die ‘resistance to change’ vormt voor onderwijs.
- Richard Straub (secretaris-generaal van de European Learning Industry Group en ex-IBM) stelt dat Web 2.0 fundamentele veranderingen met zich meebrengt. We zullen het informele leren bewuster moeten aanpakken. Straub pleit voor een mix tussen formeel en informeel leren. Openheid staat in dit verhaal centraal.
- Christophe Binot (E-learning Manager, Total, France): dit bedrijf doet aan “global e-learning” met hun 20.000 personeelsleden. Het principe van anywhere, anytime, anyone wordt gehuldigd. 7/7 en 24/24 kunnen personeelsleden via de portaalsite (Intranet Total) met hun vragen terecht. Er zijn ook mentoren bij dit leerproces betrokken. Zij begeleiden de personeelsleden. De leervragen handelen bijv. over de carwash bij Total of over ethische bewustwording of over één of ander sociaal thema.
- Building Learning Around the Individual (UK): tijdens deze sessie werd er gesproken over het gebruik van het informele leren bij vormen van assessment. Via bijv. Facebook opent een cursist discussies rond bepaalde thema’s met mensen die hij kent. Vanuit het kwalificatiecentrum houdt men deze besprekingen goed in het oog. Van zodra het centrum vindt dat de discussies op Facebook aangeven dat de cursist in kwestie klaar is om testen af te leggen, wordt de cursist betrokken bij het formele assessmentgebeuren. Deze manier van werken vertrekt vanuit het informele leren. Via deze methode kunnen competenties op Facebook bewezen worden. Dit informele leren doet ons ook denken aan headhunters die via verschillende informele contacten zicht krijgen op competenties van toekomstige personeelsleden. De peers/omgevingen geven duidelijk weer wat bepaalde mensen goed/niet goed kunnen.
- The Promise of e-Portfolios: tijdens deze sessie werd de vraag gesteld naar wie deze portfolio in zijn bezit heeft? In functie van levenslang leren is het van belang dat het individu zelf over zijn eigen portfolio beschikt. Het individu bepaalt wie toelating tot zijn portfolio heeft. Het e-portfoliogebeuren is dus niet enkel en alleen aan de school gebonden maar in hun levenslange leertraject van toepassing. Is het dan beter om te spreken van een e-transfolio i.p.v. een e-portfolio? De huidige e-portfolio zou een flexibel systeem moeten zijn. Het is essentieel dat de lerende in kwestie zelf voor de transfers kan zorgen. Deze e-transfolio kan gebruik maken van websites, edu-blogs, wiki, dagboek van de lerende, … . Het formele en informele leren komen op deze manier samen. Zo kunnen we echt spreken van een lifelong e-portfolio.
- Who needs teachers anyway? In deze sessie werd van de vraag uitgegaan of onderwijzen en leren eigenlijk wel samengaan. Het is hierbij van belang om goed aan te geven wat de verwachtingen zijn t.o.v. de leerkracht en de lerende? De rol als leerkracht is vaak anders ingevuld. Een flexibele aanpak betekent dat leerkrachten switchen tussen hun verschillende rollen. Vormen van blended learning brengen een veranderende houding van de leerkracht met zich mee.
- Kan je spreken over een specifieke generatie met “digitale allochtonen” en “digitale autochtonen”? Of kunnen we niet spreken over generaties? En kiezen we beter voor het onderscheid tussen mensen die gebruik maken van de nieuwe media enerzijds en van mensen die niet meegaan met deze technologieën los van een bepaalde leeftijdscategorie anderzijds?
- In Playing Educational Games stellen verschillende sprekers games voor. Enkel het ‘Gamesatelier’ van Henk van Zeijts (Creative Learning Lab) valt op doordat studenten en lesgevers zelf hun game kunnen ontwerpen.
- Do Schools Provide What Universities Expect wordt door Michael Hertz (Nelson Mandela School Berlin) omgekeerd: ‘Do universities (teacher training) provide what schools (/education) expect?’ Hertz pleit voor een dringende verandering in methodiek en aanpak. Hij is voorstander van een nauwere samenwerking tussen de verschillende niveaus van onderwijs. Zelf stelt hij een systeem van interest groups en tutor groups voor, participatie in elkaars raden van bestuur en voor secundair onderwijs een curriculum dat voor 40% flexibel wordt ingevuld in overleg met hoger onderwijs om leerlingen op die manier beter klaar te stomen voor de wereld. Simon Bates (Edinburgh University) voegt toe dat ‘the educational horse has too often been behind the technological cart’. (Jeroen Thys - met deze problematiek worden we ook in Vlaanderen geconfronteerd m.b.t. ICT en onderwijs.)
- Game Based Learning: Dr Maja Pivec waarschuwt voor ‘huiswerk vermomd als een game’ en stelt de vraag ‘Can we by means of games better engage in education?’ Volgens Euan Mackenzie (3MRT) kan onderwijs games op drie manieren gebruiken: to engage, to study, to learn. Deze manieren zouden evenwel moeilijk te combineren zijn. ‘The game of gaming is the game’, besluit hij. Paul Pivec wijst nog op de link tussen multiplayer games en collaborative learning.
- In Teachers for the 21st Century stelt het publiek pijnlijk vast dat lerarenopleidingen nog niet op kruissnelheid zijn wat de integratie van ICT in hun onderwijs betreft. In deze sessie bevestigen de sprekers zelf en ongewild dat slechts 15% van de scholen ICT efficiënt gebruiken (onderzoek door Becta).
- In Who cares about Quality Standards werden bestaande kwaliteitslabels voor e-learning voorgesteld: RFDQ, CeL en UNIQUe (ontwikkeld door het Belgische EuroPACE). Zowel ontwikkelaars, reviewers als scholen die het onderzoek ondergingen kwamen aan bod. Interessante opmerking uit het publiek: waarom zou e-learning apart van onderwijs beoordeeld moeten worden, aangezien de bedoeling is dat de twee een coherent geheel vormen?
- New Concepts in University Teaching: digitale bibliotheken (gelinkt aan ISI web of knowledge e.d.), online cursussen (voornamelijk fictief) en een buddy-systeem om uitwisselingsstudenten te koppelen aan een student in het gastland voor vertrek. De voorgestelde concepten waren dus voornamelijk toegespitst op e-learning, zonder vernieuwend te zijn.
- In Studies on an International Scale werd aangetoond waarom e-learning interessant kan zijn voor instituten die ofwel veel uitwisselingsstudenten hebben, ofwel die crossculturele content aanbieden. Een voorbeeld dat aan bod kwam was het Cross Border Virtual Entrepreneurship project, waarbij studenten de kans krijgen om in contact te komen met werkgevers en zakenrelaties wereldwijd om zo hun ondernemingsvaardigheden te trainen. Dit zou ook gebruikt kunnen worden om een netwerk te creëren waarin studenten op zoek kunnen gaan naar buitenlandse stages.
- Communities of Practice: hoe breng je mensen samen in een netwerk rond een bepaald kennisgebied? Twee dergelijke netwerken werden voorgesteld; een Latijns-Amerikaanse en een Britse variant. Veel interessanter was echter de speech van Jef Staes, de oprichter en bezieler van het Belgische Engine of Innovation. Zij trachten een netwerk te vormen van managers met een innoverende blik. Opvallend: binnen de aangesloten organisaties zitten ook scholen, zoals de KH Limburg.
- Tijdens E-Learning for the Baby-Boomers werd een andere kant van het e-learnen getoond: niet toegepast binnen het onderwijs, maar op individueel initiatief voor de oudere generaties. Hierbij wordt vaak een grote groep gebruikers over het hoofd gezien: de generatie van 40 of 50-jarigen worden vaak geconfronteerd met een gebrek aan computervaardigheden en vinden moeilijk begeleiding of cursussen om dit bij te sturen. Het grootste aanbod richt zich namelijk op gepensioneerden. Opmerkelijk: een 70-jarige vrouw vertelde haar verhaal waarom zij op late leeftijd toch nog met de computer leerde werken. Ze acht het belangrijk omdat het een manier biedt aan ouderen om hun levenswijsheid door te geven aan volgende generaties, iets dat verloren is gegaan door het gedeeltelijk wegvallen van fysische netwerken.
Meer informatie over de sprekers en hun bijdragen is beschikbaar op de OEB Conference CD.
Voor verslag,
Inge Peeters (stafmedewerker SoE)
Jeroen Thys (GROEP T)
Lambda Verdonckt (GROEP T)
Lucas Verhelst (HUB)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten